Het incident vond plaats op een parkeerterrein aan de Middenbaan Noord. De agenten kregen via de meldkamer door dat een man met een vuurwapen onderweg zou zijn naar een café in de buurt. Aangekomen op locatie zagen de agenten een auto met daarin een man. Zowel auto als persoon voldeden aan de beschrijving die door de meldkamer was doorgegeven. Vervolgens startten de agenten de Benaderingstechniek Gevaarlijke Personen (BtGP): een vaste procedure die volgens de geweldsinstructie moet worden opgestart als een persoon vuurwapengevaarlijk kan zijn. Eén van de agenten heeft uiteindelijk twee schoten gelost.
Uit onderzoek van de Rijksrecherche blijkt dat de agent in de handelingen die volgden na de start van de BtGP, volgens protocol heeft gehandeld. De man bleek inderdaad een vuurwapen bij zich te hebben. Er is meermaals gewaarschuwd dat hij het wapen moest laten vallen. Toen die aanwijzingen niet werden opgevolgd en de man in de richting van de agent liep, vuurde de agent een schot op de benen. Toen de man vervolgens bewegingen maakte met het vuurwapen, schoot de agent een keer op de borst. De man raakte hierbij zwaargewond.
Het OM is van oordeel dat er sprake was van een gevaarlijke situatie voor deze agent, de andere agenten ter plaatse en voor de omgeving. Dat de man daadwerkelijk een functionerend en gebruiksklaar vuurwapen bij zich had, bevestigt dat dit gevaar reëel was. De agent heeft daarbij gehandeld in overeenstemming met wat de Ambtsinstructie en de Politiewet in dit soort gevallen vragen. Omdat het handelen van de agent rechtmatig was, is er geen sprake van een strafbaar feit. Vervolging van de agent is dan ook niet aan de orde.

18.3 ℃








































