Het ongeval
De veroordeelde reed op 23 maart 2025 op het Toepad in Rotterdam. Hij bereikte een snelheid van 115 km per uur, waar de maximaal toegestane snelheid 50 km per uur was. Hij maakte daarbij zeer gevaarlijke manoeuvres en haalde op het Toepad een auto in waarbij hij bijna een frontale botsing veroorzaakte met een tegemoetkomende auto. Doordat de bestuurder van die auto keihard remde werd deze aanrijding voorkomen.Vervolgens reed de bestuurder, wederom op de verkeerde weghelft, vol in op de bestuurderskant van de auto van het slachtoffer. Zij sloeg op dat moment linksaf. De impact was enorm. Vaststaat dat de veroordeeld op geen enkel moment heeft geremd.
Bij het ongeval kwamen de bestuurster van de auto die afsloeg en het ongeboren kind dat zij droeg om het leven.
Roekeloos
Het ongeval is volledig te wijten aan de veroordeelde. Zijn rijgedrag was roekeloos. Op de zitting verklaarde de man dat hij zijn auto, een BMW X1, wilde uittesten. Hij nam daarbij bewust onaanvaardbare risico’s.Anti-dustspray
Wat de rechtbank niet kan vaststellen is dat de veroordeelde op het moment van het ongeval onder invloed was van ‘anti-dustspray’. Die had hij weliswaar net gekocht en gooide hij direct na het ongeval weg, maar de rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat hij die ook echt heeft gebruikt. De veroordeelde ontkende tijdens de zitting dat hij onder invloed reed. Het ziekenhuis vernietigde na bloedafname zijn spijtserum (een bloedmonster).Nabestaanden
De veroordeelde nam met zijn rijgedrag enorme risico’s en bracht de veiligheid van andere mensen in het verkeer in gevaar. De nabestaanden van het slachtoffer moeten blijvend met de consequenties leven.De veroordeelde heeft door zijn handelen diep en onherstelbaar leed veroorzaakt bij de nabestaanden. Op de zitting werd op indringende wijze verwoord hoe het onverwachte verlies van het slachtoffer en haar ongeboren kind voor veel verdriet, boosheid en gemis hebben gezorgd.
Gevangenisstraf
De veroordeelde was 18 jaar toen hij het ongeluk veroorzaakte. Op de zitting kwam aan de orde of het jeugdstrafrecht van toepassing is. Dat is geadviseerd door de Reclassering en ook ter verdediging door de advocaat bepleit.De rechtbank gaat daar niet in mee. De veroordeelde volgt een studie en nam als meerderjarige in een auto deel aan het verkeer. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat hij niet in staat was om adequate beslissingen te nemen en daarbij de consequenties van zijn handelingen te overzien.
De rechtbank vindt een gevangenisstraf passend en straft conform de eis van de officier van justitie. De veroordeelde krijgt een celstraf van acht maanden opgelegd en een rijontzegging voor de duur van vijf jaar.

19.6 ℃









































