Op 29 januari 2024 was daar die allesvernietigende explosie. Die avond werden drie mannen door een enorme knal uit het leven gerukt. Nadat de slachtoffers geborgen waren, stond één vraag centraal: wat had zich daar afgespeeld? Het onderzoek richtte zich op Schammenkamp 66, omdat daar de meeste schade was ontstaan en na onderzoek bleek inderdaad dát dit het centrum van de ontploffing is geweest.
Onderzoek
Na de explosie is zeer uitgebreid onderzoek gedaan door de Forensische Opsporing, TNO en het NFI. Al snel ontstonden vermoedens van een drugslab. Zo hadden omwonenden eerder melding gemaakt van een acetonlucht en na de ontploffing werden in het pand onder meer sporen van cocaïne en procaïne (een veel gebruikt versnijdingsmiddel voor cocaïne), jerrycans met aceton en zoutzuur en andere voorwerpen aangetroffen die passen bij de vervaardiging van verdovende middelen. Het NFI heeft vastgesteld dat in geen van de onderzochte monsters kruit of springstof aanwezig was.Op basis van alle onderzoeksresultaten concludeert het Openbaar Ministerie dat het zeer waarschijnlijk is dat in het achterste gedeelte van het bedrijfspand cocaïne werd gekristalliseerd en/of procaïne werd bewerkt. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat sprake was van een cocaïnewasserij: waar cocaïne uit dragermateriaal wordt gehaald.
Oorzaak explosie
Uit het onderzoek van het NFI blijkt dat de explosie is ontstaan door aceton(dampen) die werden gebruikt in het drugslab. De explosie is ontstaan in het achterste deel van het pand. Door deze explosie en de daarop volgende brand stortte het gebouw deels in en kwamen drie personen om het leven.Eigenaar van het pand
Het pand op de Schammenkamp 66 stond op naam van verdachte en zijn vrouw. Verdachte zegt daar een klusbedrijf te hebben gehad en dat hij niets wist van een drugslab. Maar het Openbaar Ministerie ziet dat anders.Hij zegt het achterste deel te hebben onderverhuurd aan één van de dodelijke slachtoffers. Volgens zijn verklaring wist hij niet wat zich in dit deel van het pand afspeelde, omdat de ruimte was afgesloten met een muur en een vergrendelde deur, en hij er vanwege de verhuur nooit kwam. De verklaringen van de verdachte over de details van deze onderhuur zijn echter inconsistent. Daarnaast spreken getuigen elkaar tegen over het bestaan van de onderhuur; sommigen beweren dat hier absoluut geen sprake van was. Tot slot ontbreekt elk schriftelijk bewijs, zoals een huurovereenkomst of contract of van de betalingen.
Betrokkenheid drugslab
Los van de getuigenverklaringen is er wat het OM betreft ook veel ander bewijs dat verdachte wist dat zich in zijn pand een drugslab bevond en dat hij er ook betrokken bij was. Op camerabeelden is te zien dat hij er vaak was, ook kort voor de explosie. Uit appverkeer opgenomen in het dossier, is te zien dat verdachte gesprekken heeft gevoerd over verdovende middelen. Dat waren onder andere chats met zijn neefje, één van de dodelijke slachtoffers die onder het puin vandaan gehaald werd.Verdachte had zijn telefoon bij zijn (ex-)vrouw achtergelaten en die was teruggezet naar fabrieksinstellingen, waardoor alle informatie was gewist. Eerder verklaarde hij dat hij die telefoon in België kapot gooide toen hij hoorde van het nieuws over de explosie. Ter zitting geeft verdachte aan dat die verklaring toch niet klopte en hij de telefoon niet kapot heeft gegooid en nooit een andere telefoon heeft gehad, maar dat hij niet weet hoe de telefoon is gewist.
Als laatste vindt het OM het opvallend dat verdachte kort voor de explosie nog in het pand was, maar dat hij toen hij hoorde van de explosie onderweg was naar België. Hij vervolgde zijn reis en kwam pas na middernacht, een paar uur na de explosie, weer terug naar Nederland.

19.5 ℃








































