Op dinsdag 12 augustus 2025 is een toen 7-jarig meisje samen met haar moeder in het Zuiderpark in Rotterdam. Wanneer moeder haar dochter korte tijd uit het oog verliest, treft zij haar even later huilend aan. Het meisje vertelt haar moeder dat de verdachte haar zou hebben aangesproken en in het riet zou hebben meegetrokken. Daar zou hij haar tegen de grond hebben gedrukt en hebben verkracht.
Na het incident schakelt de moeder van het slachtoffer direct de politie in. Onder leiding van het Openbaar Ministerie wordt een grootschalig onderzoek gestart. Op meerdere plaatsen op en in het lichaam van het slachtoffer wordt DNA-materiaal aangetroffen. Nadat het DNA door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is onderzocht, wordt een DNA-match gevonden met sporen van een zedenzaak uit 2011. Zeven dagen later, op dinsdag 19 augustus, kan de 54-jarige verdachte in zijn woning worden aangehouden.
Bewijs
Het Openbaar Ministerie acht de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar. Ze heeft volgens het OM gedetailleerd, consistent en authentiek verklaard. Haar verklaring wordt ondersteund door de resultaten van het DNA-onderzoek waarbij DNA-materiaal van verdachte is gevonden. Naast deze verklaring beschikt het OM over getuigenverklaringen, camerabeelden en telefoongegevens van de verdachte.
Op basis van deze bewijsmiddelen is het OM van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte het slachtoffer in het Zuiderpark heeft verkracht, aangerand en wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd.
Zedenincident 2011
Het OM verdenkt de man ook van een incident uit 2011 in Rotterdam-Zuid. Een minderjarig meisje werd toen slachtoffer van een zedendelict. Er werden destijds DNA-sporen veiliggesteld, maar een verdachte kon toen niet worden aangehouden. Het meisje werd gevolgd in een gang met kelderboxen. Verdachte deed de deur dicht, waardoor het slachtoffer niet weg kon. “Hij heeft op die manier een hele dreigende en intimiderende situatie gecreëerd in een omgeving waarin zij op dat moment letterlijk geen kant op kon”, aldus de officier van justitie. Het zedenfeit is verjaard, maar het OM ziet meer dan voldoende voor een bewezenverklaring van wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Veiligheid
De officier van justitie: “Deze zaak draait om veiligheid. De veiligheid van jonge meisjes en vrouwen. Het probleem ligt niet bij het meisje, dat in haar eentje kikkers ging zoeken. Het probleem ligt niet bij haar moeder, die even haar ogen dicht deed. Het probleem ligt bij verdachte. Verdachte, die al jarenlang problemen op het gebied van seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft maar er niets aan deed om die problemen grondig aan te pakken. Die al sinds 1997 bezig is met zijn eigen lusten voorop te stellen.”
Naast een forse gevangenisstraf is een TBS-maatregel volgens het OM noodzakelijk. Uit de rapportages van het NIFP en de reclassering blijkt dat er onder andere sprake is van ernstige en complexe persoonlijkheidsproblematiek. Ook is er een hoog recidive-risico.
De rechter doet over 2 weken uitspraak.

29.5 ℃



































