ROTTERDAM - Een masseur van een massagesalon in Rotterdam is in januari 2026 terecht op staande voet ontslagen. Volgens de kantonrechter is voldoende gebleken dat de man zich tegenover meerdere klanten seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen. De man is bovendien aansprakelijk voor de reputatie- en omzetschade die de salon door zijn gedrag heeft geleden of nog zal lijden.

De zaak

De werknemer werkte sinds november 2025 als masseur bij de massagesalon. Op 12 januari 2026 werd hij op staande voet ontslagen wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag tegenover klanten.

Een dag eerder ontving de salon klachten van twee vrouwelijke klanten. Zij waren beiden op 10 januari door de masseur behandeld en verklaarden dat hij hen tijdens de massage zonder toestemming op intieme lichaamsdelen had aangeraakt. Een van hen deed bij de politie aangifte van verkrachting.

De salon informeerde de masseur direct over de klachten en gaf hem de gelegenheid daarop te reageren. Hij ontkende de beschuldigingen. Vervolgens sprak de salon met beide klanten en met andere medewerkers. Na dit onderzoek zag de salon geen andere mogelijkheid dan hem op staande voet te ontslaan.

Enkele maanden na het ontslag meldden zich nog twee vrouwen met klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag van de masseur. Ook zij deden aangifte bij de politie. De in totaal drie aangiften en een melding bij politie leidden tot de aanhouding en voorlopige hechtenis van de man.

Terecht ontslag op staande voet

De masseur was het niet eens met het ontslag. Hij stapte naar de kantonrechter en verzocht om vernietiging van het ontslag en doorbetaling van zijn salaris. De kantonrechter wees zijn verzoeken af en oordeelde dat aan alle voorwaarden voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet was voldaan.

Volgens de kantonrechter is voldoende gebleken dat de masseur zich seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen. Daarbij was van belang dat de twee klanten onafhankelijk van elkaar een klacht hadden ingediend over vergelijkbaar ongewenst en ontoelaatbaar gedrag. Zij kenden elkaar niet en waren op verschillende tijdstippen behandeld. Hun verklaringen kwamen op belangrijke punten met elkaar overeen.

Beide vrouwen waren bovendien vaste klanten en wisten wat zij bij een professionele massage wel en niet konden verwachten. Zij konden daardoor goed beoordelen welke aanrakingen buiten de grenzen van een professionele massage vielen.

Ook woog mee dat er geen aanwijzingen waren dat de vrouwen met hun klachten een ander doel nastreefden. Zij vroegen niet om een schadevergoeding, wilden anoniem blijven en deelden hun verhaal alleen met de salon en de politie. Volgens de kantonrechter ondersteunden deze omstandigheden de geloofwaardigheid van hun verklaringen.

Dat de vrouwen tijdens of direct na de massage niets zeiden, deed daar niet aan af. Een van hen verklaarde dat zij tijdens de behandeling bevroor. Volgens de kantonrechter is het voorstelbaar dat iemand pas achteraf kan plaatsen wat er is gebeurd of zich teveel schaamt om daar direct iets over te zeggen.

De masseur ontkende de klachten slechts in algemene zin. Hij gaf geen verklaring voor het feit dat meerdere vrouwen onafhankelijk van elkaar vergelijkbare ervaringen beschreven.

Dat de aangiften hebben geleid tot een strafrechtelijk onderzoek en voorlopige hechtenis, betekent niet dat in deze arbeidsrechtelijke procedure vaststaat dat de man strafrechtelijk schuldig is. Daarover oordeelt de strafrechter later.

Ernstige schending van het vertrouwen

Het gedrag leverde volgens de kantonrechter een dringende reden voor ontslag op. Tijdens een massage bevindt een klant zich in een kwetsbare positie: het lichaam is grotendeels ontbloot en er is lichamelijk contact. Juist van een masseur mag daarom worden verwacht dat hij de grenzen van klanten respecteert.

Dat gold hier des te meer, omdat de man een ervaren masseur was en eerder ook als massage-instructeur had gewerkt.

Omdat de masseur ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft hij geen recht op een transitievergoeding.

Aansprakelijk voor reputatie- en omzetschade

De salon stelt dat door het gedrag van de masseur vaste klanten zijn afgehaakt, negatieve online recensies zijn verschenen en de omzet sinds het ontslag is gedaald.

De kantonrechter oordeelde dat de masseur zich niet als een goed werknemer had gedragen en daarom aansprakelijk is voor de schade die de salon daardoor heeft geleden of nog zal lijden. Volgens de kantonrechter is aannemelijk dat het gedrag tot reputatieschade en omzetverlies heeft geleid.

De precieze omvang van de schade wordt vastgesteld in een afzonderlijke schadestaatprocedure.