ROTTERDAM - De rechtbank Den Haag heeft vandaag een 48-jarige man uit Rotterdam veroordeeld die heeft geprobeerd om acht vuurwapens te kopen. De man krijgt een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Ook moet hij zich laten behandelen voor zijn trauma’s en zich laten begeleiden door de reclassering.

Undercover

De man was in mei van dit jaar via het ‘darkweb’ op zoek gegaan naar een wapenhandelaar. Toen hij die dacht te hebben gevonden, heeft hij met hem gechat en twee bestellingen gedaan voor in totaal acht vuurwapens met munitie. In werkelijkheid had de man contact met een ‘undercover’ politieambtenaar. Uiteindelijk heeft de man vier ontmoetingen gehad met deze zogenaamde handelaar. Bij de laatste ontmoeting, in juli, is de man aangehouden, met het aanschafgeld van 17.550 euro op zak.

Soeverein

De man was aanhanger van het ‘soevereine’ gedachtegoed. Volgens dit gedachtegoed is het gezag van de overheid niet legitiem waardoor regels en wetten niet zouden gelden. Tegen de zogenaamde wapenhandelaar heeft de man gezegd dat hij zich wilde bewapenen ter verdediging tegen een ‘tirannieke overheid’. Ook zei hij dat hij lid was van een gemeenschap van ex-militairen die hetzelfde gedachtegoed aanhingen. Hij wilde de wapens binnen die groep verspreiden. Dat laatste vormde voor de officier van justitie een belangrijke reden om een gevangenisstraf van vijf jaar te eisen.

Advies reclassering

De man is onderzocht door de reclassering. Daaruit is gebleken dat de man zich tijdens de coronapandemie heeft verloren in complottheorieën. Hij is een oud-militair en heeft door zijn uitzending naar Srebrenica trauma’s opgelopen, waarvoor hij nooit goed is behandeld. Hij heeft geen vrienden en lijkt makkelijk beïnvloedbaar. De reclassering adviseert daarom dat de man wordt behandeld en begeleid. Inmiddels heeft de man het soevereine gedachtegoed afgezworen en is hij gemotiveerd om mee te werken aan behandeling.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat de man aanhanger was van het soevereine gedachtegoed geen reden voor strafverhoging is. De man is geobserveerd, er zijn doorzoekingen geweest en zijn gegevensdragers zijn onderzocht. Op geen enkele wijze is gebleken dat de man deel uitmaakte van een gemeenschap van gelijkgestemde ex-militairen. Volgens de rechtbank is het niet onaannemelijk dat dit grootspraak was, zoals de man later zelf verklaarde. In chatgesprekken schepte de man vaker op over wapens die hij helemaal niet had. Er is ook niet gebleken dat de man een concreet plan had met de acht wapens die hij had besteld. Ook ziet de rechtbank geen bewijs dat de man van plan was om nog vaker wapens te kopen. Daarom komt de rechtbank op een lagere straf uit dan de eis van de officier van justitie.


De rechtbank volgt het advies van de reclassering en legt daarom een groot deel van de straf voorwaardelijk op, met onder meer een behandelverplichting als voorwaarde. Op die manier kan de man werken aan zijn problemen, met een stevige stok achter de deur, om te voorkomen dat hij in herhaling zou vallen. Het aanschafgeld voor de wapens krijgt de man niet terug.