DEN BOSCH/ROTTERDAM - Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft een strafrechtadvocaat veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden voor het opzettelijk schenden van zijn beroepsgeheim. In 2020 deelde hij informatie met een derde door deze telefonisch mee te laten luisteren met een politieverhoor van een cliënt in een drugszaak, die op dat moment in volledige beperkingen zat en dus geen contact mocht hebben met de buitenwereld.
Schending beroepsgeheim
De schending van het beroepsgeheim kwam aan het licht door onderschepte Encrochatgesprekken van deze derde in een ander strafrechtelijk onderzoek. “Verhoor is nog bezig ben nu luisteren” “X (naam van de advocaat) is kk lauw”, “dit mag allemaal niet”, “heb erbij gezeten bij verhoor”, “gaat telefonisch”, “zat bij advocaat” en “heb hem 500 gegeven”, zijn onder meer de berichten die boven water kwamen. Deze derde deelde op zijn beurt deze informatie direct met criminele handlangers. Het ging om informatie waar doorzoekingen hadden plaatsgevonden, hoeveel geld er in beslag was genomen, dat de politie nog iemand in het vizier had en dat diegene moest worden ingeseind. De advocaat heeft toegegeven dat hij informatie uit het politieverhoor heeft gedeeld, maar wilde met een beroep op zijn verschoningsrecht niet zeggen op welke manier en heeft ontkend dat hij een derde heeft laten meeluisteren.
Integriteit
De rechtsstaat staat of valt bij integriteit. Een advocaat moet bestand zijn tegen de druk van zijn cliënt of diens omgeving om als doorgeefluik te functioneren. Een strafrechtadvocaat kan als enige buiten justitie communiceren met een verdachte aan wie in het belang van het opsporingsonderzoek beperkingen zijn opgelegd. Dit betekent dat hij een bijzondere positie heeft die een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Door misbruik te maken van zijn positie en behulpzaam te zijn bij het doorspelen van opsporingsinformatie, heeft de verdachte zijn integriteit op ernstige wijze aangetast en daarmee de pijlers van de rechtsstaat op grove wijze geschaad.
Oordeel hof
Het hof stelt vast dat de advocaat bewust een derde heeft laten meeluisteren met het verdachtenverhoor van zijn cliënt aan wie hij op dat moment telefonisch bijstand gaf, terwijl hij wist dat aan die cliënt beperkingen waren opgelegd. Hierdoor is cruciale en zeer gevoelige opsporingsinformatie uit het onderzoek gedeeld met anderen die daarbij een (crimineel) belang hadden. Het hof vindt het - vanwege zijn kennis en kunde als ervaren strafrechtadvocaat - niet geloofwaardig dat de verdachte niet zou weten dat hij door het delen van deze informatie een faciliterende rol kon spelen in de georganiseerde (drugs)criminaliteit. Het hof neemt het, net als de rechtbank Zeeland-West-Brabant, de verdachte kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en zich heeft verscholen achter zijn verschoningsrecht als advocaat. Volgens het hof zouden dergelijke misstappen moeten leiden tot het einde van de beroepsuitoefening, maar volgens de wet is het bij eendelict als dit niet mogelijk om de verdachte uit het beroep van advocaat te ontzetten. Het hof legt de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 3 maanden.

11.6 ℃






































