DEN HAAG - Het gerechtshof Den Haag heeft vandaag een 81-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar wegens moord. Hij heeft in de nacht van 1 op 2 december 2022 onverhoeds in Kinderdijk een man door het hoofd geschoten toen deze man half slapend in bed lag met zijn vriendin. Zij heeft het allemaal zien gebeuren. Vervolgens heeft hij de vrouw ernstig bedreigd en haar beroofd van haar sieraden.
Het Haagse hof heeft vastgesteld dat de verdachte in de late uren van donderdag 1 december 2022 stilletjes de grote vrijstaande woning van de vrouw is ingeslopen. Hij wist dat de vrouw en de man er toen waren. Hij hoefde niet in te breken, want hij had de toegangscode van de voordeur en wist bovendien waar buiten de reservesleutel lag van een zijdeur. De verdachte was namelijk al vele jaren de klusjesman van de vrouw, genoot haar vertrouwen en was als het ware een kind aan huis. Iets na middernacht verscheen de verdachte bijna geruisloos in de slaapkamer. Vervolgens en zomaar uit het niets schoot hij de man door het hoofd. De vrouw heeft dit alles zien gebeuren. Vervolgens heeft de verdachte de vrouw met de dood bedreigd en haar beroofd van haar sieraden. Dit was onderdeel van zijn plan, het moest op een (uit de hand gelopen) roofoverval lijken.
De verdachte heeft iedere betrokkenheid bij deze moord ontkend. Daarom is geen helder motief naar voren gekomen. Wél zijn er aanwijzingen dat de verdachte amoureuze gevoelens had voor de vrouw, en dat hij het niet kon verkroppen dat de man sinds enkele maanden in haar leven was gekomen, en dan ook nog eens als haar geliefde.
Het belangrijkste bewijs in deze zaak is wat de vrouw als ooggetuige heeft verklaard. Daar speelt wel de bijzonderheid dat zij de verdachte pas na twee dagen heeft aangewezen als de dader. Tót dat moment hield zij vol dat zij niet wist wie het had gedaan. Het hof acht echter haar uitgesproken herkenning van de verdachte betrouwbaar en geloofwaardig. Daarnaast is er ook belangrijk steunbewijs dat in de richting van de verdachte wijst. Dan gaat het - onder meer - om de resultaten van het schotrestenonderzoek en het feit dat de verdachte die bewuste nacht in de directe nabijheid van de woning was.
Het hof komt tot het oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord. Dus niet aan doodslag, zoals de rechtbank Rotterdam had bepaald. De rechtbank legde daarvoor 12 jaar gevangenisstraf op. Er was sprake van een vooropgezet plan, de verdachte heeft dat vervolgens vastberaden uitgevoerd en heeft daarna stappen ondernomen om (tevergeefs) te voorkomen dat men zou denken dat hij het had gedaan. Het hof heeft overwogen dat sprake is geweest van een ongekende koelbloedige wreedheid. Het hof heeft daarom een gevangenisstraf van 18 jaar opgelegd. Deze straf komt overeen met hetgeen de advocaat-generaal (het Openbaar Ministerie) had gevorderd. Het hof heeft daarbij overwogen dat er geen enkele persoonlijke omstandigheden zijn die bij de strafoplegging tot matiging zouden moeten leiden. De hoge leeftijd van de verdachte maakt dat niet anders. Het hof is zich ervan bewust dat de verdachte waarschijnlijk tijdens het uitzitten van zijn straf wegens ouderdom zal komen te overlijden. De ernst van de zaak maakt een lagere strafoplegging echter niet mogelijk.
Tot slot hebben als strafrechtelijk benadeelde partijen, de vrouw en verschillende directe familieleden van het overleden slachtoffer schadevorderingen ingediend. De vorderingen zijn allen (grotendeels) toegewezen.

11.1 ℃































