ROTTERDAM - Het Openbaar Ministerie eiste dinsdag in de rechtbank van Rotterdam 4 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, tegen een 58-jarige man uit Leidschendam voor het overtreden van de Sanctiewet door het (direct of indirect) ter beschikking stellen van gelden aan Hamas. Er zijn tegen deze organisatie specifiek beperkende maatregelen ingesteld door de Europese Unie vanwege de strijd tegen het terrorisme
Structurele geldstromen richting Hamas
Volgens het OM heeft verdachte, samen met Stichting ISRAA, over een periode van ruim tien jaar (2010–2023) structureel geld overgemaakt naar organisaties die gelieerd zijn aan Hamas. Het totale bedrag dat volgens het OM is overgemaakt bedraagt circa 8 miljoen euro.
Uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat deze geldstromen via verschillende routes en tussenorganisaties liepen. Volgens het OM kwamen de gelden uiteindelijk terecht binnen het zogeheten ‘da’wa-netwerk’ van Hamas: een sociaal-maatschappelijke structuur die volgens deskundigen onderdeel uitmaakt van de bredere Hamas-organisatie. Vanwege deze omwegen is ook sprake van ontduikings- ook wel omzeilingshandelingen. Deze vonden volgens het OM plaats vanaf 2003 tot en met medio 2023 en hier was een bedrag van zo’n 11,5 miljoen euro mee gemoeid.
Eerder was de Stichting Al Aqsa gesanctioneerd onder dezelfde verordening als Hamas. Het OM verwijt verdachte ook met Stichting ISRAA de activiteiten van Stichting Al Aqsa te hebben voortgezet van 2003 tot medio 2023. Verdachte heeft volgens het OM met Stichting ISRAA de bank om de tuin geleid door te doen alsof verdachte geen bemoeienis had met Stichting ISRAA. Dit, terwijl de bank juist probeerde te voldoen aan haar verplichtingen in het kader van de WWFT. Die WWFT is onder andere voor de bestrijding van terrorisme. Dit vraagstuk was daarom relevant.
Rol verdachte
Het OM stelt dat uit administratie, communicatie en verklaringen blijkt dat verdachte een leidende en bepalende rol had bij het inzamelen en de uiteindelijke bestemming van de gelden. Hij onderhield contacten met ontvangers in Gaza, bepaalde de routes waarlangs geld werd overgemaakt en zocht actief naar alternatieven wanneer transacties werden geblokkeerd. Verdachte wist volgens het OM dat de gelden terechtkwamen bij organisaties die gelieerd zijn aan Hamas. Daarmee is volgens het OM sprake van opzet.
Ontduiking sancties en voortzetting verboden organisatie
Naast het verstrekken van gelden wordt verdachte verweten dat hij sanctiemaatregelen bewust heeft ontdoken door gebruik te maken van tussenconstructies om geld bij Hamas terecht te laten komen, door de activiteiten van een eerder gesanctioneerde stichting (Al Aqsa) voort te zetten via Stichting ISRAA. Ook heeft hij met Stichting ISRAA volgens het OM onjuiste informatie verstrekt aan een financiële instelling, waardoor geldstromen konden doorgaan. Het OM stelt dat hiermee niet alleen nationale wetgeving, maar ook Europese sanctieregels zijn geschonden.
Ernst van de feiten
Volgens het OM zijn de feiten ernstig vanwege de duur de omvang van de geldstromen en de ondermijning van internationale sanctieregimes. Sanctiewetgeving is internationaal gezien van groot belang omdat het doel ervan is tot een gezamenlijke handhaving of herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme te komen. Het OM benadrukt dat ideologische of humanitaire motieven geen rechtvaardiging vormen voor het overtreden van deze regels.
Strafeis
Een strafeis van 4 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, is hier volgens de officier dan ook op zijn plaats.

9.5 ℃






































