ROTTERDAM - De rechtbank Rotterdam heeft vandaag 4 verdachten in de zaak Duin vrijgesproken. Ze werden, kort samengevat, verdacht van moord op een 30-jarige man in 2009. De zaak zou gaan om een interne afrekening waarbij het slachtoffer is gemarteld en gedood.


De officier van justitie verdenkt de 4 mannen van het medeplegen van moord en het wegmaken van het stoffelijk overschot van het slachtoffer. De officier heeft levenslang tegen de 4 verdachten geëist.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring van het door het openbaar ministerie ten laste gelegde te kunnen komen.

De gepresenteerde bewijsconstructie van het openbaar ministerie is naar het oordeel van de rechtbank gebaseerd op een (te) beperkte hoeveelheid (indirect) bewijs.

Motivering
Het openbaar ministerie ziet de verdachten als medeplegers van de moord en als betrokkenen bij het wegmaken van het stoffelijk overschot van het slachtoffer. In het dossier bevindt zich daarvoor een aantal aanknopingspunten en aanwijzingen.

Zo is er informatie van het Team Criminele Inlichtingen en zijn er getuigenverklaringen. Daarnaast is er track en trace-informatie van gehuurde auto’s, die duiden op aanwezigheid van die auto’s in Hoek van Holland in de tweede helft van de maand maart 2009.

In diezelfde periode is daar het lichaam van het slachtoffer aangetroffen. Een andere aanwijzing zijn de huurcontracten voor de auto’s die door twee verdachten zijn gehuurd bij een bedrijf in Rotterdam. Daarnaast zijn goederen aangetroffen in Schiedam. Twee daarvan zijn in tweede instantie herkend door getuigen. In de buurt van die plek is volgens het track en trace-materiaal een gehuurde auto aanwezig geweest.

Alle verdachten zwegen tijdens hun proces, ook op punten waar uitleg nodig was, zoals wie de gehuurde auto’s heeft gebruikt en op welke tijdstippen. Al deze gegevens leveren aanwijzingen op voor wetenschap en mogelijke betrokkenheid van één of meer verdachten in deze zaak.

Al met al is dat voor de tenlastelegging het medeplegen van moord en het wegmaken van het stoffelijk overschot onvoldoende wettig bewijs. De rechtbank spreek daarom de verdachten vrij.