Begin 2025 woonden 5,7 miljoen mensen van 18 jaar of ouder zonder een partner. Daarvan woont het grootste deel (4,4 miljoen) alleen en zijn 627 duizend mensen een alleenstaande ouder. Daarnaast woont een deel bij hun ouders. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Wonen zonder een partner betekent niet dat mensen geen relatie hebben en dus single zijn. In 2025 woonde 60 procent samen met een partner terwijl 30 procent aangeeft geen vaste partner te hebben. Daarnaast heeft 10 procent wel een vaste partner waarmee men niet samenwoont: zij hebben een latrelatie (living apart together).
Sinds 2013 is het aandeel mensen dat single is iets toegenomen, toen had 27 procent geen vaste partner. Ook het aantal mensen met een latrelatie nam iets toe: in 2013 had nog 8 procent zo’n relatie.
Meeste singles onder de 25 en boven de 75 jaar.
Jongeren onder de 25 jaar wonen nog niet zo vaak samen (8 procent) en zijn relatief vaak nog single (62 procent) of hebben een latrelatie (29 procent). Tussen de 25 en 35 jaar neemt het aandeel samenwoners fors toe. Iets meer dan de helft woont samen met een partner en 13 procent heeft een latrelatie.
Tussen de 35 en 75 jaar neemt het aandeel dat samenwoont met een partner verder toe naar zo’n 70 procent. Van de 75-plussers woont ongeveer 42 procent alleen en heeft geen vaste partner. Dat is vooral het gevolg van het overlijden van de partner. Zo’n 3 procent van de 75-plussers heeft wel een vaste partner maar woont daar niet mee samen. Iets meer dan de helft van de 75-plussers woont samen met hun partner.
Jonge mannen en oudere vrouwen het vaakst single
Vrouwen zijn iets vaker single (32 procent) dan mannen (28 procent). Mannen en vrouwen hebben wel even vaak een latrelatie. Mannen onder de 25 jaar zeggen vaker (nog) geen vaste partner te hebben (69 procent) dan jonge vrouwen (55 procent) en ook in de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar zijn er meer single mannen dan single vrouwen. Dat komt doordat er tot ongeveer 40 jaar iets meer mannen dan vrouwen zijn. Bovendien zijn in heterorelaties mannen veelal iets ouder dan vrouwen.
Na hun 65e en zeker vanaf 75 jaar, zijn er duidelijk meer single vrouwen dan single mannen, doordat vrouwen een langere levensverwachting hebben en er vanaf het 60e levensjaar meer vrouwen dan mannen zijn.
Tussen de 35 en 45 jaar is het aandeel single mannen en single vrouwen gelijk, maar vanaf 45 jaar is het aandeel singles onder vrouwen juist hoger dan onder mannen. Dat komt waarschijnlijk vooral doordat in die levensfase het effect van echtscheidingen zichtbaar wordt: mannen hebben na een scheiding vaker dan vrouwen weer een nieuwe partner.
Van de gescheiden vrouwen is 68 procent single. Bij mannen is dat 55 procent. Na een scheiding hebben mensen ook vaker een latrelatie: 21 procent van de gescheiden mannen en 14 procent van de vrouwen heeft een vaste partner maar woont daar niet mee samen. Van de mensen die verweduwd zijn is 90 procent single en heeft 6 procent een latrelatie.
Single vrouw is gelukkiger dan single man
Singles zijn gemiddeld minder gelukkig dan mensen die een latrelatie hebben. Mensen die samenwonen met een partner zijn weer gelukkiger dan singles en degenen die latten. Single vrouwen zijn vaker gelukkig (82 procent) dan single mannen (76 procent).
Mensen die wel een partner hebben zijn voor het overgrote merendeel tevreden met hun partner. Ongeveer 93 procent zegt tevreden te zijn met hun partner en dat verschilt niet tussen mensen die samenwonen en degenen met een latrelatie.

18.4 ℃




































